Plopsaland Coevorden 

Plopsaland Coevorden is een attractiepark dat zegt rekening te houden met bezoekers met een beperking. Zo bestaat er een regeling waarbij mensen met een beperking gebruik mogen maken van een prikkelarme wachtrij. Deze regeling klinkt inclusief, maar is dat in de praktijk niet altijd.

De voorwaarde die het park stelt, is dat bezoekers met een beperking alleen gebruik mogen maken van de prikkelarme wachtrij als zij een begeleider bij zich hebben. Dat betekent dat wanneer iemand bijvoorbeeld autisme heeft, maar zelfstandig naar het park komt, deze persoon verplicht is om in de reguliere wachtrij te gaan staan. Juist daar is de kans op overprikkeling groot door drukte, geluiden en lange wachttijden.

Dit beleid gaat voorbij aan het feit dat niet iedere beperking automatisch betekent dat iemand een begeleider nodig heeft. Veel mensen met een beperking zijn zelfstandig, maar hebben wél behoefte aan aanpassingen om overprikkeling of andere klachten te voorkomen. Door de eis van een begeleider worden zij uitgesloten van de prikkelarme wachtrij.

Deze situatie is aangemerkt als discriminatie. Er is hierover een zaak geweest bij het College voor de Rechten van de Mens. Het College heeft geoordeeld dat het beleid van Plopsaland Coevorden inderdaad discriminerend is. Mensen met een beperking mogen niet ongelijk behandeld worden op basis van het wel of niet hebben van een begeleider, zeker niet als die begeleider feitelijk niet nodig is.

Het College voor de Rechten van de Mens heeft daarom bepaald dat dit beleid moet veranderen. Uiterlijk in januari 2026 moet Plopsaland Coevorden de regels aanpassen, zodat mensen met een beperking ook zonder begeleider gebruik kunnen maken van prikkelarme voorzieningen.

Deze uitspraak is belangrijk, omdat het duidelijk maakt dat toegankelijkheid meer is dan goede bedoelingen. Echte inclusie betekent dat er wordt gekeken naar de individuele behoeften van mensen, zonder onnodige drempels of voorwaarden die leiden tot uitsluiting.